Homepage > Waterbodems (AKWA)

Waterbodems (AKWA)

Opslag en verwerking

Sinds twee decennia wordt in ons land het probleem van verontreinigde waterbodems onderkend. Dat betekent niet dat de problemen zijn opgelost. Opgebaggerd materiaal dat vrijkomt bij onderhoudswerkzaamheden, kan vaak niet vrij worden verspreid (op zee of land) of nuttig worden hergebruikt (bijvoorbeeld dijkenbouw, inpoldering, herinrichting). Door gebrek aan voldoende opslag- of verwerkingscapaciteit, stagneren hierdoor onderhoudswerkzaamheden en herinrichtingsprojecten. Daarnaast komt een groot aantal locaties (in havens, vaarwegen, grote rivieren en regionale wateren), volgens de huidige normering en regelgeving in aanmerking voor sanering.

Stagnatie

Grootschalige baggerwerkzaamheden lopen regelmatig vast in de complexe regelgevingen, gebrek aan financieringsbronnen en bestemmingsmogelijkheden. De geconstateerde stagnaties leiden tot toenemende problemen voor het waterkwantiteitsbeheer, voor de beroeps- en plezier-scheepvaart, voor natuurinrichting, en berokkenen (op termijn) economische en milieuhygiënische schade.

Verontreinigingen

Toch zijn de verontreinigde waterbodems niet altijd (meer) zo risicodragend voor milieu en mens als eerst werd gedacht. Het vers aangevoerde slib is van een betere kwaliteit dan de in de jaren 70 en 80, waardoor langzaam een kwaliteitsverbetering van de waterbodem-toplaag doorzet. De verontreinigingen in diepere lagen, en in depots, lijken minder mobiel dan eerst werd gedacht en de risico's onder water zijn in het algemeen minder groot dan bij vergelijkbare verontreinigingsniveaus van droge bodems.

Kwaliteit

Toch is de kwaliteit van het nieuwe sediment dat bij Eijsden en Lobith ons land binnenkomt nog steeds niet dusdanig dat het overal vrij verspreidbaar is. Ook liggen verontreinigingen uit het verleden soms op erosiegevoelige plaatsen aan het oppervlak en kan in de diepere lagen nog opname van stoffen door organismen plaats vinden. Waar en in hoeverre deze milieudruk nog tot ongewenste risico's en daadwerkelijke veld-effecten leidt moet nader worden geverifieerd. Aanvullend is er een toenemend besef dat het analyseren van een beperkt aantal stoffen slechts een beperkt beeld geeft van de algehele waterbodemkwaliteit. Dit heeft geleid tot een toenemend gebruik van effectgerichte beoordelingsmethoden, die verder zullen worden uitgewerkt en geïmplementeerd.

Verwerkingstechnieken

Ontwikkelde technieken (baggeren, reinigen, storten) bieden inmiddels een gunstiger zicht op kosten, baten en haalbaarheid van verwerkingsdoelstellingen. Ditzelfde geldt voor de kansen voor daadwerkelijk hergebruik van baggerspecie. Inzet is om zo'n groot mogelijk percentage van baggerspecie al dan niet na bewerking opnieuw toe te kunnen passen.

Nieuwe ontwikkelingen

Het toenemende inzicht, en noodgedwongen ook financiële redenen, hebben geleid tot meer nuancering in het omgaan met normen, en tot bijstelling van aanvankelijk 'multifunctioneel' ingezette regelgevingen. Van saneringsnoodzaak, urgentie- en tijdstipbepaling is nu een ontwikkeling zichtbaar naar functiegericht saneren, leeflagen, en actief bodembeheer. Risicobeheersing is een dominerend leid-motief aan het worden. De nieuwe ontwikkelingen op beleidsniveau zijn echter nog geen algemeen gemeengoed op uitvoeringsniveau in de regio. De afstemming tussen 'omgaan met natte waterbodems' en 'omgaan met droge bodems', en de verdere integratie in het waterbeleid, vraagt, meer dan nu, permanent hoge aandacht, bij de beleidsvoorbereiding, bij de beheerspraktijk en ook bij het uit te voeren ondersteunende onderzoek.

top